WIA VERZEKERING

Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

Als werkgever kunt u een aantal verzekeringen afsluiten die recht geven op een aanvullende uitkering als uw medewerker na twee jaar nog arbeidsongeschikt is. Zo kan een flinke daling in het inkomen van uw medewerkers voorkomen worden. Hieronder maken wij inzichtelijk met welke wettelijke regelingen u en uw medewerkers te maken krijgen bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Welke nadelige gevolgen dit voor het inkomen kan hebben. En welke verzekeringsoplossingen u als werkgever hiervoor kunt afsluiten.

Wettelijke regelingen 

Eerste twee jaar ziekte
Stel, uw medewerker komt tijdens de wintersportvakantie ongelukkig ten val op de piste, waardoor hij voor langere tijd zijn huidige werk niet kan uitvoeren. U wilt graag weten wat dit betekent voor u als werkgever. De eerste twee jaren dat uw medewerker zijn eigen werk niet kan uitvoeren, bent u als werkgever wettelijk verplicht om minimaal 70% van het laatstverdiende loon door te betalen (maar niet minder dan het minimum loon (alleen voor het 1e jaar)).

Uiteraard is het in ieders belang dat uw medewerker zo snel mogelijk weer terugkeert in het arbeidsproces. Deze terugkeer naar werk wordt ook wel ‘re-integratie’ genoemd. Vanuit de wet is de medewerker verplicht om hier, binnen zijn mogelijkheden, volledig aan mee te werken. Doet hij dit niet, dan heeft u als werkgever het recht de loondoorbetaling te staken. Ook u als werkgever bent verplicht hieraan volledig mee te werken. Doet u dit niet dan kan het UWV u verplichten 1 jaar langer het loon van uw werknemer door te betalen.

Na twee jaar ziekte
Wat gebeurt er als uw medewerker na twee jaar nog niet hersteld is van zijn val en daardoor niet terug kan keren naar zijn werk? Na twee jaar (of als aan alle re-integratieverplichtingen is voldaan) stopt normaal gesproken de loondoorbetalingsverplichting die u als werkgever heeft. Uw medewerker kan dan bij het UWV een WIA-uitkering aanvragen. Het UWV beoordeelt in hoeverre hij nog wel in staat is om te werken en welk inkomen hij daarmee kan verdienen. Het UWV berekent de mate van arbeidsongeschiktheid door het verschil te nemen van het inkomen dat uw medewerker verdiende voordat hij arbeidsongeschikt raakte en het inkomen dat hij met gangbare arbeid kan verdienen. Bij gangbare arbeid wordt geen rekening gehouden met werkervaring of opleiding.

Vaak volgt uit de beoordeling van het UWV dat uw medewerker voor een deel nog wel kan werken. De mate waarin hij nog kan werken, wordt de restverdiencapaciteit genoemd. Aan de hand van de restverdiencapaciteit wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld. Dit percentage bepaalt welke uitkering hij van het UWV ontvangt.

De risico’s voor uw werknemer samengevat

Mocht uw medewerker langer dan 2 jaar arbeidsongeschikt raken, dan zijn er een aantal grote risico’s die tot een forse inkomensval voor uw medewerker kunnen leiden. Bijvoorbeeld wanneer hij:

  • geen aanspraak op een IVA-uitkering kan maken
  • zijn restverdiencapaciteit niet volledig – of nog erger: voor minder dan 50% - benut
  • een salaris heeft dat hoger is dan het maximumdagloon (voor 2019 € 55.927,-)

Om te voorkomen dat het inkomen van uw medewerker bij langdurige arbeidsongeschiktheid fors zal dalen, kunt u als werkgever diverse verzekeringen afsluiten die recht geven op een uitkering aanvullend op de uitkering van het UWV.

Meer weten over WIA?

Uitgebreide informatie over de WIA verzekering leest u in onze brochure.

WIA Brochure

Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen of wilt u graag direct advies? Irene van der Vaart helpt u graag verder.